Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij is geen dronkaard. Hij is een kind, een groot, ongelukkig kind, dat in haar huis, dat in haar hart zijn moeder zoekt.

Voor haar op de knieën ligt, — het gezicht nat van tranen, — Modeste Petrowitsch Moussorgsky, componist van onvergankelijke liederen, van twee opera's, die meesterwerken zijn, maar ook . . . ambtenaar zonder baan, zonder cent, zonder toekomst.

,,Ludmilla, duifje, moedertje, de mènschen . . . ! Bedelen moet ik en ze zullen me wegjagen van hun deur. Ze zullen zeggen: „zijn muziek is valsch! Laat hem eerst fuga's leeren schrijven!"

Weg jagen zullen ze me en ik zal alleen zijn, Ludmilla, moedertje.

Maar bij jou ben ik veilig, totdat. . .

Ludmilla Iwanowna, nee, ga toch niet dood!

Als er een God is, dat Hij me dan sterven laat vóór

jou.

Eenzaam sterven, mijn duifje, is lichter, dan eenzaam leven."

De klok slaat twaalf.

„Twaalf uur? Een schurk ben ik, dat ik U zóó laat nog opgehouden heb.

Het is de drank. Het is de flesch, die steeds weêr vol is en steeds weêr leêg moet. Het is, Ludmilla, de eenzaamheid, dat leêge, dat ijselijk, gruwzaam leêge, dat

Sluiten