Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ijselijk, gruwzaam leêge hier van binnen.

Er rotten lijken in mijn ziel.

Een grafkelder is mijn hart.

En dit m o e t ik vergeten! En dat ik honger heb en dorst en eenzaam ben en zonder toekomst, zonder echo. Een ongezongen lied. Een door niemand bemind, door niemand begrepen mensch."

En als het één uur is, is Ludmilla Iwanowna alleen. Het eerste, dat zij, die dien avond geen woorden vond, den volgenden morgen doet, is een brief schryven aan Modeste.

Al haar medelijden en bezorgdheid spreekt ze uit op het licht geparfumeerd papier.

„Laat staan dat glas, Modeste".

En Moussorgsky leest den brief, begeleidt de zangeressen van Mevrouw Leonowa, eet zijn boterham met worst, drinkt twee glazen thee en, als het avond wordt, negeert hij alle kroegen, maar gaat rechtstreeks en kaarsrecht naar Ludmilla Iwanowna Schestakowa, kust haar de hand, maakt zijn excuses voor zijn optreden van gisterenavond en belooft voortaan een nuchter mensch te zullen zijn. Nooit zal hij haar meer verdriet doen en kan weer lachen, als het dienstmeisje hem „Heer Graaf" noemt.

Dien nacht om drie uur zet de waard van het restaurant ,,Malyj Jarosslawez" hem zachtkens aan de deur . . .

Sluiten