Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

’T SCHEEPJE.

Er dreef een scheepje in de sloot, Een scheepje zonder roer,

Dat heel alleenig zeilen ging En door de biezen voer.

Het was een klompje van een kind, Met touwtjes en een mast.

Het raakte in het groene kroos En niemand hield het vast.

De Moeder had het zeil gemaakt Met nog een vlag er bij.

De Vader had het opgetuigd,

Toen was hun jongen blij.

Het scheepje draaide heen en weer En zeilde langs het gras.

Toen ging de vader aan z n werk En moeder aan de wasch.

Maar toen het tijd van eten werd, Keek moeder angstig rond,

Omdat ze aan den waterkant Alleen het scheepje vond.

Hun lieve dreumes was er niet,

Ze vloog naar buiten toe.

Ze riep z’n naam wanhopig uit Maar niemand zei er: „joe!

Rijpma, Jonge Kracht. 1.

2

Sluiten