Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terrein; wij krijgen slechts zeer langzaam snelheid, en voelen, dat de wielen steeds worden afgeremd. Doordat de wielen ongelijke weerstand ondervinden is het zeer moeilijk het toestel in de juiste richting te houden. Toch neemt onze snelheid nog toe en ik laat de staart iets omhoog gaan. Als we dicht bij Prins genaderd zijn, komen we weer op een zacht gedeelte. Door het plotselinge afremmen der beide wielen wipt de staart omhoog, zodat ik onmiddellijk met het hoogteroer de staart weer op de grond druk. Hierdoor springt het toestel op; de wielen zijn even vrij, waardoor wij onmiddellijk snelheid winnen en nog vóór Prins gepasseerd is, vliegen we.

K. D. Parmentier.

Uit: In drie dagen naar Australië.

Scheltens & Giltay, Amsterdam.

DE BESTE VRIEND.

Ik heb een vriend met ijzren hand En koel gebiedend oog;

Met recht gevoel en kloek verstand, Doch vaak wel norsch en droog.

Zijn woord voor mij, zijn wil is wet, Zijn wenken is gebod;

Wee! zoo mijn ziele zich verzet — Hij rooft mij elk genot.

Hij stoort mij soms in ’t zaligst uur, Bij lust en feest en lied;

Als in de weelde der natuur Mijn droomend hart geniet.

Sluiten