Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET VERHAAL VAN GERT.

Enige jongens zijn samen een dagje uit en krengen ook een bezoek aan de mine van Vierweege. Nadat ze alles bekeken hebben, gaan ze op de rand van een droge put zitten en vertelt Gert de volgende geschiedenis.

„D’r woonde vroeger op ’t kasteel Vierweege een ridder Vierweege, die vreselijk veel oorlogen had gevoerd, en ook mee naar de kruistochten was geweest om ’t Heilige land te bevrijden.... ”

„Van de Romeinen?” vroeg Ko.

„Van de Romeinen.. •.smaalde Gert. „Nee, van de Turken, lummel....! Afijn, dat moet je op de Drie maar uitzoeken— . dat vertel ik nou niet-...

„Ze gingen dan met een hele boel ridders en natuurlijk soldaten ook, en vochten met de Turken, en als ze dan terug kwamen, stonden derlui vrouwen en meisjes op de torens van de kastelen, en die zwaaiden met vlaggetjes van de kleuren der ridders, want ze hadden d’r eigen kleuren in die tijd-. •. Maar soms was d’r ook wel ’s een vrouw gestorven, dat begrijp je, en zo overkwam ’t den ridder van Vierweege, dat hij op zekere dag uit Palestina terugkwam en toen zag-ie uit de verte al, dat er wat an mankeerde, want d’r was geen mens op de torens en de vlag hing niet uit.. • • Hé, dacht-ie, dat konnen ze toch weten, dat ik thuis kwam, want hij had een telegram gestuurd.”

„Nou lieg je....!” riep Adriaan.

„Nee, dat kan niet- • • • d’r waren toen nog geen telegrammen,” zei Dries, en de anderen lachten ook, want ze begrepen, dat Gert ze d r tussen nam.

„Nou.... telefoon dan-... of- • • • o ja, nou weet ik ’t alweer, dat dejen ze met vuren op de bergen, zo gaven ze tekens in die tijd-...”

„Bergen in Nederland?” vroeg Pim.

Sluiten