Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar hij liep op de maat als de anderen en zong mee als ze allemaal in vielen „Bom, bom!” „Bom, bom, bom!”

Oeke zag er al tamelijk vuil uit toen hij van huis ging, maar

toen hij na drie dagen voetreis bij ons werd gebracht och!

och! wat een vuil, vuil jongetje was hij toen! Ik had hem zo wel in een badkuip willen stoppen en andere kleren aan willen trekken, maar die waren zo gauw niet bij de hand.

Om de waarheid te zeggen, geloof ik dat Oeke er helemaal niet op verdacht was iets anders te zien in ons land dan soldaten. Toen hij daar bij een huis werd gebracht, dat in zijn ogen groot was, waar allerlei vreemde dingen stonden, waar hij nooit van gedroomd had, dingen om op te zitten, dingen om voor te zitten, dingen om naar te kijken, en toen daar op eens een wezen te voorschijn kwam dat hij nog nooit gezien had, iets dat niet op een Hollands soldaat leek en toch wel ’n beetje omdat het ook blank vel had, toen hij hoorde dat dit ’n Hollandse vrouw was, ja toen was hij heus „bingoën”1). Het naarste was, dat zijn vriend, de sergeant, weg ging en hem daar alleen liet in ’t vreemde huis bij ’t rare wezen, de Hollandse njonja. Hij bleef maar stilletjes zitten op de trap van het huis, en keek naar binnen, waar de lamp werd aangestoken. Dat had hij nog nooit gezien! Hij vond ’t mooi, Oeke, er was een gele lap met franje om ’t licht — net goud.... Dan keek hij weer naar buiten waar het al donker werd en waar de lucht nog eventjes licht blauwgrijs streepte achter de hoge bergen, die heel donker, bijna zwart leken. Juist daar waar ’t licht was, moest Oeke’s land zijn. Heel ver weg was de zee en zijn huis en moeder!

Hij had gelukkig te veel slaap om er lang naar te lijken, en toen hem door den „huisjongen” een klein kamertje naast de stal werd aangewezen, viel hij daar dadelijk in slaap. Hij hoorde niets van het gestamp en getrappel der paarden, die vlak naast zijn slaapbank stonden, alleen door ’n dun beschotje gescheiden en hij merkte niets niemendal van de muizen en ratten die nieuwsgierig kwamen kijken en van de grote witte kaketoe die vlak bij zijn voeten ging

*) „Verlegen”,„verward”.

Sluiten