Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat vaster in ’t geheugen van het ondeugende Jantje geprent.

Een groot half uur later komt Smit met zijn kind aan ’tfjéndennest, zo heette zijn woning, terug in een schuitje, dat hij dicht bij het Fort uit het riet heeft gehaald; ook brengt hij een kachel mee, die hij ergens in ’t dorp heeft weggenomen en op zijn schouders tot aan de boot gedragen heeft. Jantje heeft duchtig meegeholpen: hij wilde goedmaken wat hij bedorven had.

.„Hier is ie,” zegt vader. Maar moeder kan hem niet beknorren. Zij haalt den weergevondene naar zich toe en bedekt hem met kussen en tranen. Gelukkig! zij zijn er ten minste: één, twee, drie.

„Waarom huilt moeder?”

„Stil, Mieke, stil!”

„Wij zullen naar boven, naar de zolder gaan,” zegt Smit. „Ik kan het huis en erf niet verlaten; ik heb twintig jaar gewerkt om het te bezitten. Hoe zouden wij het weervinden, als wij nu henengingen? En als een ander/baas werd nee, wij zullen ’t hier wel

uithouden. Morgen zet ik deze kachel boven en spreiden wij daar de bedden; als wij geen brood kunnen krijgen, eten wij spek en aardappels: die zijn er nog genoeg in huis. Het huis kan het water best uithouden, want ’t zal geen voet meer rijzen, hoorde ik in t dorp. Nadat hier ’t water enige dagen is opgehouden, laten ze nu uit de Vecht, die bijna tot de kruin der dijken vol is, water naar binnen; maar daarmede houden ze gauw op: de wegen moeten droog blijven. — Nee, ik kan hier niet weg....”

„Maar in ’s Hemelsnaam! Bart, als er dan geschoten en gevochten wordt? Als ik alleen bij je was — maar de kinderen, de arme kinderen.”

„Och kom! Neen, ze zullen ’t wel laten hier in hun eigen graf te lopen: ze zouden hier allen verdrinken. Er zal toch eens een einde aan komen. — Ga nu naar bed, vrouw; je bibbert van koude!”

O! was ’t maar alleen van koude, dat zij zo rilde!

De volgende dag kwam de Burgemeester Bart Smit bezoeken. Verbaasd hadden deze en zijn vrouw opgezien, toen ze hem herkenden in den heer, die daar ginds op de Bloklaan stond en om den bewoner der nederige hoeve riep. Smit roeide met zijn bootje

Sluiten