Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar de weg. Wat of er van mijnheer den Burgemeester zijn dienst was?

„Hoor eens, Smit, wij kunnen de kwestie wel hier op de weg behandelen. Ik acht me verplicht je te waarschuwen. Zou je elders niet voorlopig een beter heenkomen zoeken? Ik hoor, dat je van plan zijt hier te blijven, maar. • • •

„Ja, mijnheer de Burgemeester.”

„Maar je begrijpt, dat je het hier zeer kwaad kunt krijgen. Behalve dat het water, dat nu zowat op ’t vereiste peil is, in je woning staat, ligt deze zeer blootgesteld aan ’t vuur, zowel van den vijand als van het Fort. Je behoeft niet veel verstand van zaken te hebben, om dat in te zien. Vind je ook niet?

„Jawel, mijnheer de Burgemeester.’

„Je moogt immers vrouw en kinderen niet onnodig blootstellen; wie weet wat nog gebeuren kan. Ergens aan de overzijde wordt je licht vriendelijk ontvangen. Als alles gedaan is, vind je immers je woning weer.”

„Jawel, jawel, mijnheer de Burgemeester.”

„En stel zelfs, dat wij hier vrij bleven van gevechten, enz. Je krijgt zieken in je huis, dat weken onder water zal staan, ’t Is immers hoogst ongezond, daar te wonen.”

„Ja, ja.”

„Dus ik zie, dat je ’t met mij eens zijt, Smit; ik heb je altijd als een slimmen kerel gekend, verstandiger dan vele anderen. Je gaat dus zo spoedig mogelijk henen?”

„Henengaan, mijnheer de Burgemeester? Nee, dat niet; dat nooit!

Den burgemeester verwonderde dat antwoord niet: Smit was een boer, al was hij in ontwikkeling de meesten zijner collega’s wat vooruit. „Maar, Smit, gesteld eens, dat je woning om een of andere reden bezet, vernield, verbrand werd.”

Geen nood, mijnheer de Burgemeester, de duivel in persoon zou den vijand hierheen moeten voeren, anders komt hij hier niet. Hij zal ’t wel laten. Als drie mensen, ieder met een hooivork op de Laan gaan staan, komt er immers geen sterveling door.

Sluiten