Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Sergeant. Maar wat doe je hier, ventje? Er is haast niemand meer op het dorp. Zoek je vader en moeder?

„Nee, die zitten op ’t Eendennest bij t Fort.

„Ei! wat je zegt. Nu ze mogen daar wel oppassen.

„Och!” hernam Jan enigszins diepzinnig: „ik zou er niet graag vandaan willen. De ouwe eend zit te broeien op elf eieren. Als je d’r wegneemt, dan stoor je ’t nest; laat je d’r zitten en ga je zelf weg, dan.. •. zou ze sterven van sjegrijn. Begrijp je, sergeant?

„Jawel,” zeide deze glimlachend: de jongen beviel hem. Hij bleef nog een geruime tijd met hem staan praten tot Jan’s groot vermaak. Toen nam hij hem mee naar binnen, in een vertrek waar nog zes andere militairen zaten te poetsen of te schrijven, rokende en bier drinkende. Jan kwam weldra ook met enigen van hen in gesprek, maar hij redeneerde toch het liefst met den sergeant, die hem een glas bier inschonk en hem een sigaar gaf. t Was de eerste die Jan rookte na die.welke hij onlangs van vader had weggekaapt! Hij zette een gezicht of hij ’t erg lekker vond, en van tijd tot tijd blies hij ’t vuur aan van de sigaar, die sterk in brandde en blauw en zwart dampte als een fabrieksschoorsteen. Dan hield hij beide handen op zijn rug en terwijl hij zijn voeten wat verder dan gewoonlijk van elkaar zette en tot den man, dien hij bewonderde, opzag, vraagde hij: „Als ze nu komen en jullie hebt ze allemaal doodgeschoten, is de oorlog dan uit?

De soldaten lachten allen om Jantje — zo’n kleinen scherpschutter! Men wilde hem nog langer aan de praat houden, maar onze kleine man zei: „Nee sergeant, ik mot thuis zijn, hoor! Anders neemt vader de eend en de eieren weg en dat zou ik niet kunnen lijen voor ’t stomme dier. Maar morgen kom ik weer. Dag sergeant, dag soldaten; adie!”

„Dag Jan!” klonk het als uit één mond.

Toen Jan Smit er geheel zeker van was, dat niemand van de kennissen, die hij zoeven gemaakt had, hem meer kon bespieden, gooide hij de sigaar in het water en hij schudde.^ Poef ! kwam de sigaar. „Poef!” herhaalde Jan, „verzuip maar. t Is n slechtebocht! Die van vader benne heel wat manser, zware van de vijf!

Sluiten