Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een klein uur geduurd had, liet ook geschutvuur zich horen van vrij nabij; korte nijdige klappen waren het, die klonken .alsof zij er voor goed een einde aan zouden maken; als de stem van een machtiger element, die verkondde dat ’t nu lang genoeg geduurd had. Inderdaad verdoofde na een goed half uur het geraas al meer en meer, tot er eindelijk weer stilte kwam over de doodse watervlakte, als te voren.

De stem der verschrikking en des doods had uit. De vijand zou zijn geluk niet ten tweeden male in deze onbegaanbare streken beproeven. Wel waren, vooral ten Zuiden van Breukelen, enkele afdelingen, begunstigd door de duisternis, tot bij en op de Vechtdijk gekomen, maar nu en dan, na elkaar, zonder enig verband tot elkander, dooreengemengd met soldaten van andere afdelingen en soms geheel of bijna geheel van aanvoerders beroofd. Een groot gedeelte van de macht, die het dorp moest aanvallen, was bovendien de door Bart Smit nog verder op ’t dwaalspoor gebrachte afdeling gevolgd, en zij, die niet omgekomen waren of toen het licht werd een goed heenkomen hadden gezocht en de kade of de dijk bereikten, werden met weinig moeite door de Nederlandse troepen gevangen genomen of onschadelijk gemaakt. Toch had een nog vrij sterke macht zich niet ver van Breukelen in enige buitenplaatsen weten vast te zetten, en, toen zij vreesde bij daglicht niet goedschiks onder het vuur der forten terug te kunnen komen, beproefde zij een wanhopige aanval op het dorp. Dat veroorzaakte ’t geraas, dat ook op t Eendennest gehoord werd. Een ogenblik was een groot gedeelte van het dorp in ’s vijands handen geraakt, doch de kansen waren te ongelijk; vooral toen de reeds voor uren ingeroepen versterking uit Utrecht zich kon doen gelden, ook met geschut, dat de vijand natuurlijk in het geheel met bezat. Een gedeelte van het dorp was in vlammen opgegaan: een vreselijk vreugdevuur voor het vaderland!

Waar was Bart Smit gebleven? Hij was, toen hij met zovelen in de Drecht verdween, een eind onder water doorgezwommen en had zich, aan de overzijde gekomen, in ’t rijs verscholen. Hij rilde

Sluiten