Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De dief, die meer van kluiten1) hield als van boer Naas zijn bloed, schoot rap ne kogel deur end deur de kobbe2) van z’nen hoed.

„Bedankt!” zei Naas, en greep zijn slep:

„schiet nog een deur mijn kleed!

De dief legt aan en Naasken houdt zijn pitelerken3) g’reed.

„Schiet nog een deur mijn broek,” zei Naas, „toen peist me wijf, voorwaar, als dat ik, bij mirakel, ben ontsnapt aan ’t lijfsgevaar.”

De roover zegt: „Nu zal ’t wel gaan, waar is uw beurze, snel:

’k en heb noch tijd noch kogels meer-...” „Ik wel,” zegt Naas, „ik wel!”

Zijn zevenschot haalt Naas toen uit en spreekt: „Is ’t dat ge u niet, in een- twee- drie, van hier en pakt, gij galgendweil, ik schiet!

„Ik schiet, van als gij nader komt, uw dommen kop in gruis, en, zoo gij Naas nog rooven wilt, laat uw verstand niet thuis!

1) Koperen geldstukje van 5 centimen. *) Bol. 8) Slipjasje.

Sluiten