Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zien; die kleine wolkjes aan de kim schijnen ook op te komen.

Nu kijkt de le officier naar boven naar de zeilen en ziet dat deze nog altoos over stuurboord gebrast staan, terwijl het „zuchtje dat op het water ligt” ook van stuurboord inkomt. „Wel! dat is dan toch onaangenaam, dat daar niet naar gekeken wordt. Waar is de officier van de wacht? Ah, daar komt hij juist aan!”

En meneer Oostlandt, de officier van de wacht, die er aankomt, zegt in dezelfde geest bij zichzelf: Ah, daar is de le officier....”

Zo naderen elkaar deze twee mensen.

„Meneer!.... ik zou u graag eens even willen spreken over den schipper....”

„Met genoegen, meneer Oostlandt, maar ik zou u eerst wel eens even willen spreken: en over iets anders-.. • Ziet u,” begint de le officier, terwijl hij zichzelven in dit ogenblik recht kalm en gemoedelijk vindt, „ik hoop, dat u mij die aanmerking ten goede houdt, maar ik vind het zeer onaangenaam, dat de zeilen nog altoos over stuurboord gebrast staan.... Laat ons dan toch in ’s hemels naam profiteren van het beetje wind dat er nog is.”

„Maar meneer, er is immers geen wind.”

„Er is wel degelijk wind, meneer Oostlandt,” beweert meneer Van der Werf (iets minder kalm en gemoedelijk); „als ik mijn vinger in de hoogte steek, voel ik duidelijk dat de wind stuurboord inkomt.”

„Maar meneer. •.. moet ik dan voor ieder zuchtje, dat er op het water ligt, het tuig ombrassen?”

„Er staat in de verordeningen, meneer, dat de raas gebrast moeten worden, naarmate de wind inkomt; en hoe dikwijls dat gebeurt, doet niets ter zake.”

Meneer Oostlandt maakt aanstalten om het tuig om te brassen, maar kan toch niet nalaten, bij zich zelven binnensmonds te zeggen, „dat hij op zo’n manier wel aan de gang kan blijven.”

„Meneer Oostlandt,” zegt de officier, en nu uiterst officiëel, „ik vind dat u een houding tegenover mij aanneemt, die zeer ongepast is voor een officier van uw anciënniteit. Ik verzoek u, dat te veranderen; of ik zal mij verplicht gevoelen, met den kommandant over u te spreken.”

Sluiten