Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haagse meneuvers geen verstand heeft en dat hij geen Frans verstaat., Kijk meneer, zolang als het op zn Hollands gaat, van: je bent n gemene kerel of n dit of dat, dan kan t mij niet schelen, dan kan ik mijn eigen ook wel met m’n mond verweren, dan weet je tenminste, wat ze tegen je zeggen, maar hij begint al dadelijk op z n Frans, dat verstaan ik met, en dan steek ik m'n handen uit* dat ’s Hollands.”

Terwijl de Ie officier bezig is met dit verhoor, krijgt hij een boodschap, of „meneer alsjeblief eens even bij den kolonel wou komen; de kolonel loopt op de kampagne.”

Op weg naar de kampagne wordt de eerste officier nog aangehouden door den officier van administratie.

„Meneer, zou ik u eens even kunnen spreken, over....”

„Goede hemel, meneer Dinges, laat me toch alsjeblieft een ogenblik met rust; het lijkt wel of ’t hele schip mij spreken wil vandaag; neem me niet kwalijk meneer.... ik ben zo meteen tot uw dienst.... Waarlijk, ik heb geen tijd ”

De officier van administratie begrijpt er niets van. Niets meneer, totaal niets. „Lieve hemel, wat scheelt dien man?” En met open mond en ogen kijkt hij den len officier achterna, die de kampagne oploopt en wien het nu juist te binnen schiet, dat de kolonel hem straks order gegeven heeft, om de zeilen te bergen;

dat die order niet uitgevoerd is en enfin dit zal het wezen,

denkt hij, en maakt zich alvast gereed om een behoorlijk antwoord te geven. Doch tot zijn grote verbazing ziet hij den kolonel recht vergenoegd, met een vriendelijk-glimlachend gezicht, de kampagne op en neer wandelen.

„Wel, meneer Van der Werf, u hebt de zeilen maar niet laten

bergen, niet? Wel neen, meneer u behoeft geen excuses te

maken, het is heel goed* • • • ik had natuurlijk die order gegeven in de veronderstelling, dat we geen wind zouden krijgen, omdat de boel dan toch stuk zou slaan; maar we krijgen wind, meneer, we krijgen-... wind.... kijk maar.... we krijgen wind-...” (Dat zegt de kolonel, en repeteert het enige keren, alsof hij een vrolijk wijsje zingt). „Zie je wel? Er ligt ’n briesje op het water.... daar

Sluiten