Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt het, meneer- - - • daar komt het- • - - eindelijk- - - • zie je wel?

.... je kunt het duidelijk zien.... die wolkjes beginnen ook op te komen.... Wel de hele lucht ziet er anders uit.

De Ie officier, die nu ook te loevert opkijkt, en een uur geleden niet langer onder den kolonel wou dienen, begint in zijn handen te wnjven.

Een ogenblikje later kijkt hij buiten boord en zegt met een genoeglijk glimlachje op zijn gezicht: „Hij begint al vaart te lopen, kolonel. Een mijl of drie loopt hij zeker.”

Hij steekt zijn hand in de hoogte, om te voelen hoe de wind is.

„De wind komt ruim over, kolonel- • •. Een paar streken achterlijker dan dwars-.. - Me dunkt, we zouën de lijzeils wel kunnen zetten.

„Welzeker, meneer Van der Werf, zet de lijzeils er maar op-. •. Welzeker, welzeker.

En met een vrolijke, pleizierige stem kommandeert de officier van de wacht, om de lijzeils klaar te maken.

Alles komt in beweging.

De schipper, die heel onpleizierig beneden in zijn hut zat te grommen, komt vrolijk aan dek.

„Wel bootsmaat, zegt hij, „nou zullen we toch eindelijk eens wind krijgen. -.. Nou, ik mag het lijden. Wel, wel, het ziet er daar waarachtig uit, alsof we ’n mooi briesje hebben zullen.... er beginnen daar te loevert op al van die witte kopjes te komen. • • • Bootsmaat, zul je eens even naar boven gaan en kijken, dat ze me die boel daar behoorlijk laten marseren.. - - En.. - - bootsmaat?

„Wat blieft u, schipper?”

„Je hebt van nacht de hondewacht, niet waar?”

„Jawel, schipper!”

„Wel bootsmaat, dan kon je van nacht om ’n uur of drie wel vast eens beginnen met het dek, vooruit op de bak, een losse schrobslag te geven-.. • Als we die wind houwen maggen, dan heb ik idee, dat de schuit morgen erg vast zal liggen over bakboord en dat we morgen met de Zaterdag eens naar behoren schoonschip kunnen maken-. -. Jongetje?”

Sluiten