Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heugd hielden zij maaltijd van hetgeen zij hadden buitgemaakt, en van de rode wijn die zij hadden medegebracht uit de stad der Ciconiƫrs.

Maar Ulysses, die altijd belust was op avonturen, en van ieder land waar hij kwam, wilde weten hoe de mensen waren, die er woonden, nam de volgende morgen een van de schepen, en gaf bevel naar het land te roeien. Er was een hoge heuvel, die naar het strand afdaalde, en hier en daar steeg rook op uit de holen, waarin de Cyclopen afgezonderd woonden, en geen omgang met elkander hielden; want het was een woest en ruw volk, waarvan ieder zijn eigen huishouden regelde, zonder zich om anderen te bekommeren. Nu was een dezer holen zeer dicht bij het strand, zeer hoog en diep, aan de ingang rondom met laurierstruiken, en daarvoor een perk voor schapen, omgeven door muren van ruwe steen, en beschaduwd door hoge eike- en pijnbomen. Ulysses koos uit de bemanning de twaalf dappersten uit, en na aan de overigen het schip ter bewaking te hebben achtergelaten ging hij om te zien wat soort van woning dit was, en wie er woonde.

Aan zijn zijde droeg hij zijn zwaard, en op zijn schouder een grote lederen zak, vol zoete maar krachtige wijn, om daarmede de gunst te winnen van den een of anderen ruwen wildeman, als hij er soms van die aard ontmoette, want zijn verstandige geest voorzag reeds dat dit ging gebeuren.

Zij traden dus het hol binnen, en meenden dat het de woning was van een rijk en ervaren schaapherder. Want daar binnen waren hokken voor de jonge schapen en geiten, afgezonderd naar mate van hun leeftijd, en er waren manden vol kaas, en emmers vol melk, ordelijk langs de muur gezet. Maar de Cycloop zelf was naar de weide gegaan. Toen smeekten zijn makkers Ulysses, heen te gaan, en als hij dat wilde, een aantal kazen mee te nemen, en veel lammeren en jonge geiten. Maar hij wilde dit niet doen, want, volgens zijn gewoonte, verlangde hij te weten, hoe deze wonderlijke schaapherder zich tegenover vreemden zou gedragen. En werkelijk, hij kwam het te weten, tot zijn eigen schade!

Het was avond, toen de Cycloop te huis kwam, een grote reus,

Sluiten