Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te beletten, en zeiden: „heer, verbitter den reus toch niet meer. Straks meenden we zeker verloren te zijn, toen hij het grote rotsblok wierp, en ons schip naar het strand deed terugdrijven. En als hij u nu hoort, verplettert hij ons misschien met schip en al, want hij werpt zware stukken, en ver ook.”

Maar Ulysses wilde niet horen, en stond op, en riep: „Hoor eens, Cycloop! Als iemand vraagt, wie u blind heeft gemaakt, zeg dan dat het de krijger Ulysses was, de zoon van Laërtes, die op Ithaca woont.”

En de Cycloop antwoordde al kermende: „nu zijn inderdaad de oude orakels vervuld; want lang geleden kwam in dit land zekere Telemus, een profeet, en hij woonde onder ons tot op hoge leeftijd. Deze man voorspelde mij, dat zekere Ulysses mij zou beroven van mijn gezicht. Maar ik dacht aan een groot en sterk man, die mij door zijn kracht zou overwinnen, en nu heeft een man zonder kracht dit gedaan, na mij met zijn wijn te hebben bedrogen. Maar kom hier, Ulysses, en ik zal werkelijk uw gastvriend zijn. Of moge ten minste Poseidon u zulk een reis naar huis schenken als ik u toewens. Want weet dat Poseidon mijn vader is. Misschien wil hij mij genezen van mijn pijnlijke wond.”

En Ulysses zeide: „Gave God, dat ik u kon zenden naar de verblijven des doods, waar gij buiten het bereik van iedere hulp zoudt zijn, zelfs van die van Poseidon.”

Toen hief de Cycloop zijn handen tot Poseidon op, en bad:

„Hoor mij, Poseidon, wanneer ik werkelijk uw zoon ben en gij mijn vader. Moge deze Ulysses nooit zijn huis bereiken! Of, zo het noodlot bepaald heeft, dat hij het bereiken zal, moge hij er dan alleen aankomen, na al zijn makkers te hebben verloren, en moge hij bij zijn aankomst groot ongeluk in zijn huis vinden.”

En toen hij ophield, wierp hij nog een zwaar rotsblok, dat bijna neerkwam op het einde van het roer; het scheelde slechts de dikte van een haar. Zo ontkwamen Ulysses en zijn makkers, en kwamen op het eiland der wilde geiten, waar zij hun overige lotgenoten vonden, die inderdaad lang op hen gewacht hadden, in grote vrees

Sluiten