Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krijgen! Was me dat trekken! Nou, dat was me ’n corveetje, waarmee ze hem hadden opgescheept. Zo kwamen ze nooit in Gravenland, dat had hij nu al in de gaten!

Kees had nog geen 300 Meter gereden, of hij hoorde al achter zich:

„Zeg, Kees, wacht even! m’n ene schaats zit weer helemaal los!”

„Wel verdraaid! Al weer? Nee, nu begon het hem toch te vervelen!”

„Och, zeur nou met! zei hij opeens. „Rij nou maar door!”

Greet beweerde echter, dat zij onmogelijk zo rijden kon, dat ze bijna op haar schoen stond, en Kees was niet zo goed, of hij moest voor de derde maal voor zijn meisje op het ijs knielen.

„Ik kan op deze schoenen niet rijden!” klaagde Greet.

„Waarom heb je ze dan aangetrokken?” zei Kees nijdig.

Greet durfde niet bekennen, dat ze deze nauwe laarsjes netter vond, maar Kees had het wel in de gaten.

„Wie rijdt er nou op schoenen met hoge hakken?” zei hij. „Da s niks dan nuffigheid van jullie! en hij trok met zo’n kracht de riemen aan, dat Greet zeker weer „au!” zou hebben geschreeuwd, als zij zich op dat ogenblik niet ’n beetje voor Kees had gegeneerd.

Opnieuw reden zij verder, en Kees dacht al, dat het eindelijk in orde was, toen hij waratje weer achter zich hoorde:

„Toe, Kees, bind nog es even over! M’n schaatsen doen me zon pijn! Je hebt ze zo vastgebonden!”

Jawel, morgenbrengen! Nee, nou vertikte Kees het. Hij had er genoeg van. Was dat ’n gezanik?

„Nee zeg, doe t nou maar zelf!” zei hij zonder complimenten, en Greet, die ook wel begreep, dat zelfs het geduld van Kees grenzen had, reed door, totdat zij ’n baanveger ontdekte, die voor 2 centen de taak van Keesje Brummer overnam.

Bij de Molen stonden de zes anderen met ongeduld te wachten. Ze begrepen niet, waar Kees en Greet toch bleven, en Eddy en

Sluiten