Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nou, ze moeten het zelf maar weten. Kom, we gaan weer door! Ik zal je wel weer es duwen!”

Maar wat was dat?

Hoorde hij daar schreeuwen?

Kees keek op Hè? ’t Was toch niet waar? Daar stonden

er vier op de wal, en Eddy en Kitty waren verdwenen! Daar

kropen Henk en Bram op het ijs Wies en Loukie riepen om

hulp!

Goede Hemel! Er was ’n ongeluk gebeurd! Eddy en Kitty waren er doorgezakt!

En op eens had Kees zijn verdriet en zijn moeheid vergeten.

Eddy lag in het water Kees hoorde hem schreeuwen

O, als hij nog maar op tijd kwam! Als hij nog maar op tijd kwam!

Nog nooit had Kees zó gereden! Maar dit was ook een wedstrijd om leven en dood. Het ging om het leven van Eddy en Kitty, van Eddy, zijn trouwsten vriend, van Kitty, het zusje van Henk, het meisje van Ed.

Kees reed, dat de stukken eraf vlogen. Hij had bijna geen adem

meer, hij voelde, dat zijn knieën begonnen te trillen O, als

hij t maar vol kon houden, als hij maar niet te laat kwam!

Kees kon bijna niet meer! Het was, of er iemand op z’n rug zat, of ze hem met geweld tegenhielden. Zou hij er niet komen,

zou hij ’t moeten opgeven, zou hij Daar hoorde hij duidelijk

Eddy’s stem!

Nee, doorzetten! doorzetten! ging het door Kees’ hoofd. Niet opgeven! Niet opgeven! Eddy en Kitty liggen daar in het water! Vooruit! Vooruit! Eddy is in gevaar.

En terwijl hij daar reed, geheel buiten adem, afgebeuld en afgetobd, bad hij — zijn ogen open — dat Eddy en Kitty gered mochten worden, dat hij nog op tijd mocht komen. Was Eddy niet zijn grootste vriend, zijn trouwste, allerbeste kameraad?

Kees zette door tot het laatste toe. Hij zag Loukie en Wies op de wed staan en hoorde dat zij schreeuwden tegen twee boeren, die over het weiland met een plemk en een touw kwamen aanlopen,

Sluiten