Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zag, hoe Bram en Henk met hun buik op het ijs lagen en Kitty, — die doodsbleek was — bij haar handen vasthielden, terwijl Eddy met zijn beide ellebogen op het zwarte, broze ijs steunde.

. Hij hoorde Eddy roepen:

„Help me Kees, ik kan niet meer! ik kan niet meer!”

Allo, Kees, zet an! Je bent er bijna, je bent er bijna!

Daar ligt Eddy!

Hij roept je!

Kees voelde geen vermoeidheid meer.

Toen, opeens, een krats met zijn schaats en Kees lag al met zijn knieën op het ijs, met zijn vuurrood gezicht vlak bij Eddy.

„Geef mij je hand, Eddy, geef mij je hand!” hijgde hij.

Daar voelde hij Eddy’s koude hand in de zijne. Als hij nu maar genoeg kracht had, o, als hij maar kracht had! Als het ijs maar niet af brokkelde!

Met zijn linker vrije hand steunde hij op het ijs, met de rechter, die Eddy’s linker pols omklemde, trok hij uit alle macht. O, hemel!

Hij had geen kracht meer, hij kon niet Hij voelde duidelijk,

dat Eddy hem naar zich toetrok, dat hij naar het donkere water toegleed.

„Henk! Bram! gilde hij, in de hoop dat de twee jongens het gevaar zouden zien.

Te laat! Kees voelde het ijs onder zich wegzakken, hij voelde

het water langs zijn benen, zijn rug, zijn borst, zijn hals!

Kees was zijn vrind trouw gebleven, tot in het gevaar toe.

Het was, of een stortbad van ijskoud water over Kees werd uitgegooid, toen hij daar zo plotseling naar beneden zakte.

Een ogenblik was het, of al zijn gedachten weg waren. Hij snakte naar adem en een rilling ging langs zijn leden. Wat gebeurde er? Wat deden ze met hem? Hij wist het niet. Het was als een angstige, een ijzingwekkende droom.

Maar op eens werd hem alles weer klaar; hij lag hier in het water naast Eddy en Kitty, daar lagen Bram en Henk vlak voor hem op het ijs; hij zag de weilanden en daar boven de blauwe, heldere lucht, hij hoorde Loukie en Wies huilen en schreeuwen,

Sluiten