Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„L) r was zoo n lange gang, en aan de kanten hingen ze allemaal hun goed op.

Vader liep met hem door naar ’t eind van de gang, waar een juffrouw stond.

„Juffrouw, hier breng ik u nu mijn ventje,” zei Vader.

De juffrouw knikte en lachte tegen hem, toen duwde een kind hard tegen hem aan, en achteruitwijkend raakte hij los van vader, die met de juffrouw praatte, stond hij opeens alleen midden tusschen de vreemde kinderen.

Verlegen, zijn muts nog op, stond hij ze aan te kijken.

Twee raakten er aan t kibbelen, twee kleine jongens als hij.

„Jij hangt op mijn knop!”

„Niewaar!”

„Ga je d’r af!”

- „Nee.”

Jip vergat filles. Geheel verdiept in den strijd om den knop, stond hij de twee jongens aan te kijken, zijn mond half open, klaar om mee te schreeuwen, zijn handen in zijn zakken.

„Wie ’t winnen zou ”

„Daar dan.”

De eerste jongen smeet het goed van den ander van zijn knop af, de muts in den paraplubak.

Doldriftig begon de ander op hem los te beuken.

De juffrouw kwam tusschenbeiden; met een kleur van opwinding keek Jip eindelijk weer naar vader.

_.. t Was zijn knop,” legde hij uit, heelemaal erin, „en die andere hing erop, en dat mag niet.”

De juffrouw lachte.

„Hij zal hier wel gauw thuis zijn, ga nou maar eens mee naar binnen. Hoe heet je, Joost hè?”

„Ja, weifelde hij, opkijkend naarvader, thuis heette hij altijd „Jip”.

„We noemen hem thuis Jip,” zei vader, „maar hij heet Joost.”

Met de juffrouw mee liep hij nu naar de klas: telkens keek hij eventjes om, of vader nog achter hem liep.

De juffrouw bleef voor de klas met hem staan en keek rond.

Sluiten