Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Even zag hij naar de juffrouw, of hij zijn vinger nu weer had moeten opsteken, en toen keek hij vader na, die de gang door liep; een héél eind nog kon hij hem zien....

Voorover gebogen over zijn lei, keek hij, zoo lang mogelijk, staarde hij met ’n groot verlangen in zijn oogen....

„Nou was vader weg....

Met een zucht ging hij weer rechtop zitten; om hem heen zaten al de kinderen hard te teekenen.

„Ik ga ook een mooi figuurtje teekenen,” dacht Jip. Met zijn fijnste punt begon hij.

„Eerst vier ruitjes, en dan daartusschen een kruisje, en in alle vier de ruitjes een kruisje en nou daarnaast.... wat nou....”

Besluiteloos zat hij even stil, keek naar de lei van den jongen naast hem.

„Nie afkijken,” zei de jongen, zijn lei rechtop tegen zich aantrekkend. Jip kreeg een kleur en keek voor zich.

„Ik ga een paard teekenen,” dacht hij opeens, „een paard, da’s mooi.... m n eigen paard....

Een heelen tijd teekende hij nu door; eerst den kop met stekelig opstaande manen, dan een heel lang lijf, vier stokkepooten en een langen pluimstaart.

„Dat s Kris, dacht hij voldaan. „Nou de poesen. Eerst de

ouwe, die is dik.... en die is zwart en nou de jonge poes, die

heeft strepen in zijn velletje, en een witte neus en een wit slabbetje ”

„Wit? hoe krijg je nou wit? je lei is zwart, en ’t grift is ook niet wit....

„Hoe maak je wit? ’ vroeg hij opeens aan den jongen naast hem.

De jongen haalde zijn schouders op, begon hem uit te lachen.

Jip keek verlegen op zijn lei, toen, moed vattend, stak hij zijn vinger zoo hoog mogelijk op.

„Wat is er Joost?”

„Hoe maak je wit?” schrilde Jips hoog stemmetje.

„Wat vraag je?”

„Hoe maak je wit aan een poes?” herhaalde hij, rood wordend,

Rijpma, Jonge Kracht. I. 14

Sluiten