Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rent met een vaartje vooruit en loopt anderen omver in zijn opgewonden haast Maar als hij vlak aan zijn doel is, komt een

grote brutale mier, duwt hem op zij, neemt hem meedogenloos zijn zuur-gewonnen schat af, en loopt er met pedante aanmatiging mee

weg Het beroofde miertje zoekt verbijsterd en wanhopig nog

wat rond, en dan verlies ik hem uit het oog tussen het eenkleurig gewriemel. Zo gaat het in ’t mierenleven ook al net als bij ons. De een tobt zich af en de ander loopt weg met de eer!

....En ginds zie ik ook nog oude bekenden. Daar komen de doodgravers aan met hun lichtgroen rupsje! Ze hebben al hulp gekregen en werken het tegen de berg op omhoog naar een van de ingangen boven.

En daar is ook het ronde zwarte kevertje, dat onzichtbaar voortbewogen langs de grond schuift. Een paar anderen dragen een grote, blauwige bromvlieg en tuimelen er hals over kop mee in een van de holen. Eindeloos komen de ijverige werkers van alle zijden en gaan weer op zoek naar nieuwe buit tot ver in het bos.

Op de berg is het of ieder takje, ieder grassprietje leeft in die krioelende mierenmassa. Zij trekken en duwen en schuiven; en hollen heen en weer, vallen over elkaar. Het lijkt of dat nooit tot rust zal kunnen komen.

Het wordt ook mijn tijd om naar huis te gaan.

Maar juist als ik mij overeind wil heffen, zie ik twee mieren die nijdig aan elkaar staan te trekken.

Het is een arrestant, die wordt opgebracht. De grootste, een dikke luie mier, heeft zich weten los te rukken, maar meteen heeft de ander hem al weer beet. En nu helpt er geen achteruitkrabbelen meer— Kom mee, vadertje! Géén kunsten! zegt hij, en pakt hem bij de nek en sleurt en trekt hem tegenspartelend naar een van de holen in de mierenberg.... Of misschien is het ook wel een huiselijk drama waar de man door zijn vrouw bij de oren naar huis wordt gehaald. Wie zal het zeggen!? Daar zal in die wereld van het heelldeine nog wel zovéél omgaan, waar wij grote mensen geen begrip van hebben!.... Ik wil daar morgen nog eens heengaan en stil naar het nijvere leven zitten kijken in die stad van millioenen. Want

Sluiten