Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van u droom, dat gij ongelukkig zijt, en dat ik altijd uwe stem in mijn oor hoor roepen Trien, Trien, dat ik er zuiver van opspring in mijnen slaap. — En de os, och arme, die altijd buiten den stal ziet en zuchten laat, dat ge er bijkans tranen van zoudt storten. — En dat wij altemaal nu niets van u weten, is ons een groot verdriet, daar gij toch meelijden moet mede hebben, Jan; want uwe goede moeder zou er van aan het kwijnen geraken. Het mensch, och arme, als zij uwen naam hoort, komt haar de kr°P in de keel, en zij begint te weenen, dat mijn eigen hart er dikwijls van breekt....’’

Gedurende de lezing dezer regels waren de oogen der aanhoorders allengs vol water geschoten; maar bij den droeven toon der laatste woorden kon niemand aan de ontroering nog wederstaan, en het meisje werd door luide snikken en zuchten onderbroken. De grootvader had zijn hoofd op de bedsponde te rusten gelegd, om aldus zijne tremen te verbergen; de moeder van Jan, te diep geschokt om hare aandoening te kunnen bedwingen, sprong op en omhelsde sprakeloos de maagd, die met verbaasdheid de uitwerking haars opstels bespeurde.

„Trien, Trien, waar haalt ge de woorden?” riep de andere weduwe. „Het zijn gelijk messen, die door het hart gaan! Maar het is toch schoon!”

„Och, het is de zuivere waarheid,” zuchtte de moeder van Jan, „hij moest het eens weten, wat ik altemaal uitsta in mijn gemoed! Lees toch voort, Trien lief; ik sta er stom over, dat gij zoo schrijven kunt. Het is nog nooit gehoord; uwe handen zijn zeker veel te goed, kind, om de koe te melken of om op het land te werken; maar God laat al veel dingen geschieden in de wereld.”

Over deze loftuitingen verblijd, zeide het meisje met eenen heren glimlach:

„Is het anders niet? Laat ze nu maar komen: ik zal schrijven tegen den beste. Nu heb ik eerst het rechte briefken gevonden.

Luistert, het is nog niet gedaan:

„Och, Jan, dat ge het wist, ge zoudt ons al gauw tijding laten.

De klover is mislukt van het slechte zaad, en daarenboven dat

Rijpma, Jonge Kracht. I 16

Sluiten