Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoorbare stilte. Poem!

„Hoera! Gelijk! Gelijk! Gelijk!” brullen alle A.F.C.-ers.

„Hoe laat is ’t?” vraagt Eddy weer.

„Nog vijf minuten!” licht Tony in.

Nog vijf minuten? t Zou waarachtig nog kunnen.

Nee, ’t gaat niet meer.... de scheidsrechter loopt al met z’n horloge in z n hand, de fluit in z’n mond!

Enfin, toch gelijk, toch niet verloren! Wie had dat nog met de rust durven hopen

Toe, toe, toe nou.... wat gaat die bal de goeie richting uit. Wel verdraaid, hij is al weer vlak bij het doel.

Zou het nog gaan, zou het nog?

De Vitessers doen niets meer dan verdedigen, zwermen allemaal om hun doel.

„Zie je wel, ze zijn als de dood!” roept Eddy. Daar staan ze bijna allen te zamen voor de goalpalen, de Vitessers en de A.F.C.ers. Het lijkt wel een kluwen.

En de bal?

Je zou hem er in kunnen blazen!

Floep! daar gaat ie— Ze zien niet eens wie getrapt heeft. Hèeeee!— Wat eeuwig jammer, juist tegen de bovenlat!

Wa’s dat, wie kopt daar?

Mannus!!!

De keeper slaat met zijn handen in de lucht.... heeft het nakijken!

„Hoera! Hoera! Hoera! 4—3! 4—3! 4—3!”

Kees, Eddy en Tony, zij kunnen haast niet meer schreeuwen. Toch nog even Jaap Roos, Piet Laane en al die Mulo-kerels honen! Zij keren zich om.

Hop, hop, hop! Hop, hop, hop!

En Vitesse ligt op z’n kop!

schreeuwen zij met schitterende ogen.

„Brani-schoppers!”

Sluiten