Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de top van de mast laten zitten,” merkte een matroos aan.

„Grietje Dirksen is toch een mooi meisje,” zeide een ander, luimig genoeg.

„Dat gaat u vóór, jongens!

„De rover betaalt beter dan de Staten, — hij geeft ons de schoten met rente terug.

En de waarheid der laatste opmerking werd ten koste des sprekers bevestigd; — want in het volgende ogenblik stortte hij neder en zijn beide buren met hem. Een zucht, een vloek, een „God ontferm u! was alles wat men hoorde, en drie redelijke wezens waren er geweest!

Men hoorde het ternauwernood, want het gebulder van het geschut — het gekraak van masten en zeilen — het gejuich — het geschreeuw werd steeds heviger; — de lafste werd moedig, de bloodste onvervaard, het gevecht had een vierde uurs geduurd. Waartoe zou ik u al de ijselijkheden er van schilderen ? Hollanders waren nooit laf op zee!

„Vader, gij bloedt!” zeide Marten.

„Ik voel het niet, jongen! — Luitenant Heinsz!”

„Luitenant Heinsz is dood! klonk het door wolken rooks.

„Claes Hendriksz dan?”

En Claes Hendriksz kwam — ontving de bevelen des kapiteins en spoedde zich naar het andere einde van het schip.

„Vader! laat mij den wondheler halen!

„Denk aan u zelven het laatst, zo gij ooit bevelhebber wordt, Marten!”

Een dubbele laag van het vijandelijk vuur deed een akelig gekerm opgaan; maar met meer tegenwoordigheid van geest dan zijn jaren beloofden, strikte Marten, te midden daarvan, zijn halsdoek los en wond die om het been van zijn vader; — Harbart was aan de kuit gewond.

„Arie Goossens! ’ riep de kapitein, — het duurde een geruime wijl, eer hij verstaan werd; eindelijk verscheen de geroepene, en Harbart deelde hem dezelfde orders mede, welke hij een ogenblik

Sluiten