Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dacht naar de heldenfeiten uit ’t jaar ’31 en de verhalen over de dokters en de rheumatiek, die hij mij opdiste, en kwam, dat kon ik merken, bij hem in een goed blaadje.

De tweeënzeventigjarige man was, afgezien van zijn bulderende manier van spreken, zijn zonderlinge eigenschappen en choleriek temperament, volstrekt niet zo kwaad als hij wel de indruk maakte.

„Jan, zei hij op een avond vertrouwelijk tot mij: „je bevalt me, broekie! Jij bent mijn enige bloedeigen neef, en als ik niet anders beschik, krijg jij de hele pruim als ik dood ben, — maar dan moet jij voor Hannes zorgen, hoor! Niet dat ik plan heb, om nu al af te marcheren, om de weerga niet! — Zolang ik leef, zal de trompetter mij oppassen, maar als ik er geweest ben, vermaak ik hem aan jou. Blijf goeie vrinden met Hannes, hoor! want als ik wil, kan ik nog een testament maken, en dan krijgt hij de pruim, versta je!” Een hevige slag met zijn stok zette kracht aan dit laatste gezegde bij.

Ik was nu reeds acht dagen onder de vleugelen van kapitein Bulder en werd merkbaar beter, maar toch niet zonder een zekere vreemde prikkeling en nu en dan een hevige jeuk in de opperhuid te gevoelen.

Mijn rechterdijbeen en arm, die ’t meest met de olie van Bay waren ingewreven, zagen vuurrood en op enkele plaatsen begonnen zich rode ringen en puistjes te vertonen.

Hannes verzekerde mij plechtig: „’t Is allenig scherpte in t bloed, meneer; ’k zal morgen wat Engels zout voor je halen.”

Oom zei eenvoudig, „’t is een teken, dat de olie werkt.” En ik merkte met schrik aan: „Maar oom, ’t is een hevig jeukende uitslag, die zich met snelheid over mijn gehele lichaam, tot op plaatsen waar ik niet gewreven ben, verspreidt.”

„Kaarsvet er op!” zei oom.

Het hielp geen zier, ’t werd met ieder uur erger.

„Als we eens zoete.olie namen, commandant?” vroeg Hannes.

Ik glom als een spiegel, maar ’t baatte niet.

„O, die ellendige olie van Bay!” herhaalde ik telkens. „Laat asjeblieft een dokter komen!”

Sluiten