Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En zeven jaren mist het veld Om Zutphen’s vestingwal,

Als ’t lentegroen er sappig spruit,

Zijn zware runders al.

Nu is de dorper ’t lijden moei,

Dat poorters lang verdriet,

Nu komt de dag, dat ’t Warren’s veld Al ’t volk te hoopen ziet:

De vaandels vlieten in den wind,

De kolders blinken blank,

En ’t klinkt er driest van beugelhoom En raatlend staalgeklank.

Ze praten Iank en praten breed,

En ieder heeft zijn zin,

Maar als de scholt van Zutphen leidt, Dan gaat het ’t Oosten in.

En eer de zon ten andren keer De tinnen glanzen liet,

Heeft reeds de wacht bij ’t dagend licht Het boerenkamp bespied.

Maar schans en bolwerk ringt in ’t rond, En ’t volk zijn tenten spant.

En vest en veilig rijst de burcht Uit ’t schuttend waterland.

En dcig aan dag wordt week aan week, En maand werd maanden al:

De ridder wacht met ongeduld,

Hoe lang dit duren zal.

Sluiten