Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weken lang had ik mij alle snoep-genot ontzegd. De jongens scholden me uit voor vieze vrek; anderen voor smerige verkwister. Ze wisten maar niet waar al mijn geld bleef. Ik kreeg luttel afval van hun snoeperij; nu en dan iets dat hun slordig de mond uitviel.

Eindelijk had ik vijf-volle maanden bij-een gespaard, gevochten tegen mijn snoeplust.

Ik stond op een ochtend weer voor het diepe kozijn van de winkel, met een ondempbare jubel in me dat ik nu heel gauw een dezer heerlijke boeken van de étalage kon laten wegpikken, met eigen vingers betasten en mee naar huis nemen, vlak tegen mij aangedrukt.

Mijn verbeelding ging op strooptocht, t Wierd bijna te veel, ik duizelde van voorgenot. De oude gasfabriek op de Weteringschans rook ik die ochtend in beangstigend snuiven. Die gaslucht bracht altijd een weeïge bangheid, een dreigende beklemming in mij. Vooral als ik, zo wild-van-wat-er-komen-ging vooruit-al genoot! Er lagen hopen gaspijpen op elkaar. Ik zag ze— donker; en ik rook ze.... benauwend. De hele Schans rook naar gas, steenkolen.... en mijn boeken met de dromerige winkel in zijn stilte, leefden altijd in die oude geur.

Toen gebeurde het erge. Ik had maanden lang gespaard, s Nachts in bed, van heerlijke weelde-dromen me wakker lachend, begon ik telkens mijn schat na te tellen of niemand er van geroofd had. Ik telde precies honderd-twee cent.... een hele week lang. Ik wou de honderd centen niet inwisselen voor een blank-zilveren gulden, ’t Leek me dan minder. Ik wou al die koperen, platte centjes warm bijéén. Ze hadden zoveel doorleefd in mijn hand en in de donkerte van mijn broekzak. Toch was ’t erge gebeurd. Enige weken lang kon ik mijn snoeplust niet langer bedwingen. In lustige vacantieuurtjes was ik gevallen. Mijn vriendjes hadden zoveel heerlijks.... prik- en platte tollen, kleurballen, kattepuls, sleutels-met-zwam, breiwol voor leidsels in gevlamde kleuren, om zelf op kurken

Sluiten