Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zodra ze in de gang was, holde ze naar de keuken.

„Allemensen! Wat is er met jou gebeurd?” vroeg de keukenmeid, toen ze zag, hoe opgewonden haar vriendin was.

„Die Kikkie! Die lamme vent!” bracht ze uit, terwijl ze hijgend op een stoel neerviel.

„Wat is het? Wat heeft hij gedaan?”

„Dat zal ik je zeggen. Ik was op de kinderkamer. Ik hoorde de schel niet. En in plaats van jou te waarschuwen, heeft hij opengedaan. Ik werd bij mijnheer in de kamer geroepen en ik heb een bar standje gehad, waar mijnheer’s broer bij was. Hè! Ik zou hem wel kunnen vernielen!”

„Dat is ook wat moois! Daar zal hij van lusten! We zullen hem dadelijk hier laten komen,” zei de keukenmeid. Ze schoof het raam op en riep: „Kikkie! Kom eens effen hier!”

„Ja, juffrouw! zei Kikkie en met een opgeruimd gezicht kwam hij de keuken in stappen.

Maar hoe zijn gelaat veranderde, toen hij hoorde, waar het om te doen was!

Of de dames hem de mantel uitborstelden, dan de ene en dan de andere!

Of hij daarom zijn snor had afgeschoren? Wat hij zich wel verbeeldde? Wat Jan Bruins er wel van zou zeggen, als hij het hoorde? Of zij verplicht waren, voor zo n ouden, verwaanden kerel standjes op te lopen, enz. enz.

Hij verstond de helft maar. De overgang was hem te sterk. Straks meende hij nog, dat zijn kansen goed stonden, en nu begreep hij, dat hij er niet over behoefde te denken, ’t Zou mooi zijn, als hij de klandizie van ’t huis niet kwijt raakte. De meisjes zeiden, dat hij dadelijk maar moest heengaan; als ze hem nodig hadden, zouden ze hem wel roepen.

Met zijn jasje weer in de krant gerold, ging Kikkie met hangend hoofd naar de brug. Een poos zat hij op zijn krukje recht voor zich uit te kijken; de troef was er voor die dag helemaal uit. ’s Middags gooide hij een pakje over de leuning van de brug.

Toen hij ’s avonds thuis kwam, vroeg zijn vrouw: „Wel kun je

Sluiten