Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen, niet voor mij den dag verschikt!

Gij wacht wellicht de Heeren Van dezen Doelen; — ’k zal veeleer

Een ander uur een andren keer ”

— „Neen, neen!” sprak Frans, „zij keeren Niet vóór ’n Woensdag; zoo ’k dien tijd Wellicht... . maar zet u neer: gij zijt....”

— „Ik dank je: maar het jammerst is,

Ik heb maar éene stonde,

Om u te geven, en ’k zou graag Mijn beeltnis hebben — nog vandaag!”

— „Een uur?” spreekt Frans, ,,’t zou zonde, t Zou schande zijn, zoo kunst en vlijt U niet kon schildren in dien tijd!”

Geheel oprecht is Frans hier niet;

Hij krabt zich achter de ooren,

Maar denkt: „Het splint is zoet verdiend Van dezen mooien, blonden vriend,

En ’t uur is nooit verloren.

Daarbij: een flink figuur! Ik wed —

Dat geeft niet eens zoo’n kwaad portret!”

De vreemdeling heeft zich neergezet;

Frans is aan ’t werk getegen!

Hij ziet, en schetst, en tempert snel,

En pakt de tonen straks zoo wel,

Dat, na hun kant terdegen Gezacht te hebben.... hier.... en daar.... Hij luide roept: „Mijnheer, ’t is klaar!”

Sluiten