Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je over de Wig-kreek en over de Sable-rivier te wijzen. Als het ijs niet al te slecht is kan dat, je kort er je weg mee dat je, voor de zon onder gaat, al thuis bent.”

Dat was zo. De Wig-kreek en de Sable-rivier noodzaakten mij een urenlange omweg te maken naar het noorden. De Wig was aan het eind van zijn loop een door diepe ravijnen slingerende beek, de Sable-rivier een rivier in z’n bovenloop nog, geen vijftig mijl van de Rocky Mountains.

„Allright”, sprak ik. We gaven elkaar de hand en ik zette mijn paard aan naar het oosten.

„Altijd,” riep Henry Macdonald mij na, „altijd, als Ed het wil doen, anders raad ik je aan, keer terug en ga morgen ochtend vroeg naar huis —

„En weer mijn tijd bij jou verpraten, zoals vanmorgen?’

Onze lach klonk ver en sterk door de vorstklare dag. —

Een paar uur later kwam ik pijprokend en bezadigd op mijn kalm-stappend paard in het voedkamp, waar een man, ook al pijprokend en bezadigd op een kalm-stappend paard, de rondte deed bij een kudde vee.

„Jij bent waarschijnlijk Ed Anderson?

„Ja,” kwam hij kortaf, nam de pijp uit de mond en blies twee stralen rook door de neusgaten over de kop van z’n paard.

Een prachtig gebouwd dier, dat paard waarop Ed Anderson reed, iets als een gave appel en daarbij pezig en rank-kotig, met een houding in hoofd en hals als een warmbloed. Het keek je aan met een paar ogen als een mens en de neusgaten leefden of het dier er mee sprak.

Het zag er veel edeler uit dan zijn rijder, Ed Anderson. Hij had maar een bonkig sterk lichaam, waarop een hoofd om kleine jongens bang te maken. Dikke lippen en een brede neus, en boven zijn ogen een bos wenkbrauwen, die in een rechte lijn doorliepen en een dreigende streep gaven over zijn hele wezen. En de ogen van den man waren ook al met van de vriendelijkste ze zagen je onzeker en achterdochtig aan: licht-grijze ogen met een spletende speling er in als bij een spinnende poes op een lui kussen.

Sluiten