Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een stille hoop bij dat afwachten dat ik doe, naast hem rijdend, staat zelfs in mij op: dat we voor niets rijden — dat het ijs opgebroken is — dat het vannacht niet genoeg gevroren heeft — dat er misschien ergens een groot gat in het ijs is geschoten en dat het water met onstuimigheid is uitgebroken, spoeiend en spoelend.

Weet ik veel wat ik wil? Is het leven niet zoet als de zon schijnt en is het ijs in een rivier niet briesend-gevaarlijk en vol dood wanneer er geen balken meer onder liggen....?

We kwamen ten leste daarwaar de Wig-kreek in de Sable-ri vier valt.

Er liep geen water op het ijs — een poeierende witte rijp lag over kreek en rivier. — Daar zat ik op m’n paard. Tussen steile hoge oevers lag de kleine kreek, vlak en breed tussen lag kanadasbomen en water-wilgen de grote bevroren stroom. Ginds, aan de overkant klom een boomloze weg, waarvan de sneeuw door de zon al wat gedooid was, naar het hoger liggend land. Daar moest ik wezen; dan was ik nog maar enkele mijlen van huis. Over de diep-liggende kreek en over die vlakte die er uitzag als een omsluierd dood-bergend raadsel

Ik kon er bijna niet naar kijken. Ik wilde wel terug; ik gaf acht op m n gids. Hij rookte kalm zijn pijp en tuurde onderzoekend over de witte beijzelde voorjaarswrakke rivier.

Mijn pijp had geen vuur, ik rookte al lang niet meer, altijd als er iets biezonders met me aan de hand is gaat m’n pijp er bij uit

We trokken omlaag.

Langzaam en onvast op de winter-bodem daalden onze paarden naar de kreek, de steile helling deed ze glissen en onzeker stappen, ze sloegen onwillig met de koppen en zetten de hoeven stuitend als we aan de oever kwamen.

Ik heb vergeten te zeggen, dat Ed Anderson twee grote honden bij zich had — van een soort dat eigenlijk geen ras is: iets tussen hazewind en deense dog — sterk, pezig, goede springers, in staat om een wolf neer te lopen. Deze honden stonden nu voor onze paarden en zetten de voorpoten tastend op het ijs — opeens begonnen ze te kreunen en onrustig te klagen, ze trokken de poten terug. Ze hadden weinig met dat ijs op, ze vonden het onzeker.

Sluiten