Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De cowboy keek verachtelijk naar z’n honden, hard werden zijn trekken.

Mijn lippen bewogen onzeker. Ik wil teruggaan, ik wil hier niet oversteken, dacht ik. Maar ik zag zijn vastberaden kop en merkte hoe hij de kin vooruit zette, hoe hij het hoofd wat schuin hield en de ogen toesplitste, zoals sommige schutters doen wanneer ze over een vizier mikken.

Hij smakte met de lippen.

„Dogs!”

De honden hieven de koppen hoog naar hem op, alsof ze iets aan hem vroegen.

Hij nam van z’n zadelknop de karwats in de linkerhand:

„Dogs!”

En dan wijzend met de felle leren zweep naar de overkant van de kreek, stiet hij als een zware dwingende grom:

„Over!”

Zonder zich te bezinnen sprongen de honden op het ijs naar de overkant. En mij aanziend:

„Blijf staan!”

Hij spoorde zijn paard tot de rand van het ijs, het anders zo gehoorzame en haar-fijn gedrilde dier begon te trillen en terug te zetten.

„Hup. Vooruit!

Zijn stem klonk gelijk een stuk eikenhout dat op ander hard hout neervalt, hij zwaaide z’n karwats en zwierde ’m op de borst en stiet tegelijk de zware grote sporen in de lenden van ’t ros.

„Neen!” riep ik uit; ik kromp in elkaar van angst en spanning.

Het paard steigerde van onwil en blies de neusgaten wild, dan bracht het de voorpoten op het ijs en leek weer terug te willen — maar het kon z’n eigen gewicht en dat van z’n ruiter niet houden en gleed van de oever op de bevroren kreek. De kastanje-glanzende huid van het ros leek erbij te rimpelen en te zenuw-trekken, de poten trilden, de oren lagen plat op de nek en wipten telkens onrustig naar voren. En er pookte iets in poten en in heel de houding van de ranke romp alsof het een sprong ging doen, terug, of

Sluiten