Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trek. Op een wenk van den vreemdeling waren ook de overige drie mannen het vuur genaderd, en eerst nu konden de bewoners van de hoeve goed zien, wie hun de nachtrust kwamen onthouden, terwijl het licht der vlammen het ook aan de onbekende jagers mogelijk maakte, enig denkbeeld te verkrijgen van het verblijf, dat hen beschermde tegen weer en wind, en de vrouwen en mannen van elkander te onderscheiden, die zich tot nog toe als spookgestalten in de duisternis vertoond hadden.

De kleding van den edelman bestond uit broek en kousen van leder, dat met veel zorg bewerkt was, en uit een rok van fijn laken en een vilten muts met nederslaande boorden; zonder opschik te verraden, gaf zijn uitrusting evenwel te kennen, dat hij niet tot de geringe stand behoorde. De jongste van de vier zijnde, zag hij er zo niet het sterkst, ten minste het welvarendst uit; zijn rok had met behulp van de lederen gordel zo het scheen nog moeite genoeg de doorvoede buik in toom te houden; ook zijn gelaat was gevuld en getuigde van zijn aanleg, om dik en vet te worden, zo niet van zijn geneigdheid tot overdadig tafelgenot. Doch met dat al en niettegenstaande zijn vermoeidheid, was zijn bleek gelaat, dat veeltijds een pijnlijke plooi aannam, niet misdeeld van edele trekken; zijn oogopslag was fier en zelfs ontzag inboezemend; trots zetelde op zijn voorhoofd; een schampere trek omgaf zijn mond, zo vaak hij de lippen bewoog. Een zijner gezellen verschilde weinig in kleding met hem; de twee overige daarentegen droegen lompe rokken van grof laken; de eerste was misschien een begunstigde dienaar van den vreemden heer; vandaar zeker ook dat zijn gelaat en zijn houding hem onderscheidden van zijn makkers, ofschoon ook hij genoodzaakt was, de honden aan de band te houden en het jachttuig te helpen dreigen.

Van beide zijden was men mogelijk niet voldaan over het onderzoek: de Friezen mishaagde de vorsende en fiere blik van den edelman; zij gaven door tekens en gefluister hun verachting te kennen over de kostbaarheid zijner klederen, die beter waren dan een edeling ooit op de jacht gedragen had; maar vooral wekte het hun ongenoegen op, dat de vreemden met de jachtsprieten in de

Rijpma, Jonge Kracht. I. 24

Sluiten