Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam; doch uit zijn vragen kon men wel bemerken, dat, indien Jeltze hem aangeboden had hem iemand als wegwijzer te willen medegeven, hij wellicht besloten zou hebben nogmaals de onstuimigheid van het weder te trotseren. Zij die met hem waren gekomen, hadden slechts een enkel woord gesproken, toen Rieme hun de wijn aanbood, uitgezonderd de man die zich door zijn betere kleding onderscheidde, en die, terwijl zijn heer het zwijgen bewaarde, met veel beleid het gesprek gaande hield over het weder, de naderende winter en soortgelijke onverschillige zaken.

De poging, welke Juw wilde doen, met om de gunst van de vreemdelingen, maar om de goedkeuring van zijn grootmoeder te verwerven, gaf een ogenblik later bijna aanleiding tot een misverstand dat kwade gevolgen had kunnen hebben; want toen hij opstond, en een der gezellen de jachtspriet uit de hand wilde nemen om hem er van te ontlasten, nam deze, die de bedoeling van den Fries wantrouwde en zijn woorden niet goed verstaan had, het wapen met drift terug, en verstoord over deze daad, over deze miskenning van zijn goed voornemen, riep Juw toornig: „Bij St. Odolf! is de geest van Staf in dien dienstknecht gevaren, dat hij aan de zijde van een edeling met wapentuig wil zitten aan de haard?”

„Juw! zeide Jeltze schielijk, „de vreemde man heeft je voornemen niet gevat, waarom wordt ge dus zo toornig op hem?” Toen vervolgde zij ernstig: „Heer! mijn kleinzoon brengt mij een plicht te binnen die ik verzuimd heb. Is het den dienstman bevolen ongewapend te verschijnen voor den edeling, het is den gastheer opgelegd zijn gast te ontlasten van zijn wapenen.” Toen keerde zij zich tot Rieme en zeide: „Dochter lieve! hetgeen ik moest doen, doe dat in mijn plaats.”

„Zet dat jachttuig tegen de wand! beval de edelman kortaf en vervolgde, terwijl zijn gezellen zich haastten te gehoorzamen: „Wat het lange jachtmes betreft, dat aan mijn zijde hangt, het hindert mij met vrouw! en ik zal het meisje dat mij reeds zoveel dienst gedaan heeft, geen nieuwe moeite veroorzaken.”

„Die moeite is met groot, Heer! zeide Rieme vnendelijk, hem naderende, en Juw, die weder plaats genomen had, vervolgde:

Sluiten