Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dan komt uw vader nog; ik had hem niet meer verwacht,” zeide Jeltze, en vervolgde tegen den jongeling die wilde heengaan: „Blijf zitten, Juw! Jouke zal den edeling wel inlaten.

Op hetzelfde ogenblik dat Jouke de deur uitging, sprongen er twee honden het vertrek binnen. Het gevecht, dat er dadelijk tussen hen en de honden van den edelman ontstond, deed hun tegenwoordigheid bemerken, de vreemde gezellen omzien en de dienstmannen toeschieten. Een half gesmoorde uitroep door een zijner gezellen geuit, deed ook den edelman die somber vóór zich zag, het hoofd omwenden, en Juw, die tevergeefs trachtte te raden waarom de heer en zijn knechten met ontzetting het gevecht en de vreemde honden aanzagen, zeide: „Het zijn de honden van mijn vader: zij weten binnen de hiem te komen zonder dat men hun openmaakt.

Op dit ogenblik werden de Friese honden, die de vreemden van hun erf hadden willen verdrijven, de zwakste. Dit was het sein voor de dienstmannen tussenbeide te komen, en de edelman zeide haastig, terwijl zijn gezellen het oog met ongerustheid op hem gevestigd hielden: „Het is laat, waarde gastvrouw! reeds te lang onthoud ik u de slaap; ik zelf ben zwaar vermoeid; ik ben ziek; de grootste dienst die gij ons bewijzen kunt, is ons een rustplaats aan te wijzen.” Hij stond op, en de gezellen volgden zijn voorbeeld; doch toen ook Jeltze en de jonge Fries de tafel verlaten hadden, verhinderde het opengaan van de deur de oude vrouw, enige bevelen te geven.

Het was een oude man die binnen trad, en ofschoon zijn uiterlijk kracht aanduidde, scheen het slechte weder hem geheel ontmoedigd te hebben; hij was zonder muts en het water liep hem langs haren en klederen. „Ruird! waar is mijn vader?” vroeg Juw, die den oude te gemoed trad; maar deze scheen te vermoeid om te antwoorden, en staarde hem half wezenloos aan; doch toen de vraag met meer nadruk werd herhaald, wees hij, zonder echter het hoofd op te richten, met de hand naar de deur en zeide met een doffe stem: „Daar!”

Aan de wijze waarop Juw hem voorbijsnelde, kon men merken,

Sluiten