Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over haar volk liet gaan en op straffe toon vervolgde: „Wie zijn leven liefheeft, werpe die wapenen weg, of hij zal ondervinden welk lot den slaaf wacht, die de gehoorzaamheid aan zijn Vrouw verzaakt!” toen viel het wapentuig op de grond, en, het voorbeeld van Epo volgende, die het naast bij zijn gebiedster stond, knielden de Friezen vol ontzag neder.

De graaf zag met verbazing hoe zijn woeste vijanden zich vernederden voor de oude vrouw; doch toen hij zijn oog van die mannen en vrouwen aftrok, welke met een trek van domme onderwerping op het gelaat, in slaafse houding voorovergebogen lagen, en zijn blik op zijn gastvrouw liet vallen die dit onweder bezworen had, toen verwonderde hem het toneel niet meer, dat hem zo bevreemd had, en de hoop herleefde in zijn hart. Haar fonkelend oog overzag de vrouwen en mannen, die aan haar voeten lagen; zij scheen niet verwonderd te zijn over de uitwerking van haar woorden; zij was zich harer macht bewust. Haar gelaat verried evenwel minder ongenoegen dan toen zij sprak; de gehoorzaamheid van haar volk scheen haar toorn te doen bedaren.

De mannen, die den edeling gedragen hadden, volgden het voorbeeld der dienstmannen; alleen Ruird en zijn meester en Rieme vernederden zich met. Juist toen de graaf met bezorgdheid het oog naar den jongen Fries wendde, die met somber ongenoegen in dreigende houding bleef staan, zag ook Jeltze naar haar kleinzoon. Zij scheen gehoopt te hebben dat ook hij zijn voornemen zou hebben laten varen, nu al de overigen tot gehoorzaamheid waren teruggekeerd, en de uitdrukking van smart die zich op haar gelaat vertoonde bij het zien zijner verstoktheid, verried, hoe sterk het haar griefde, toen zij bespeurde dat haar hoop geheel ijdel geweest was. Het verwonderde den ouden Ruird, dat zijn jonge meester zolang draalde den graaf terneder te stoten; de ruwe Fries besefte niet genoeg, dat de vreemdelingen door een macht beschermd werden die Juw tevergeefs trachtte te overwinnen: zij waren gasten; hij had met hen gegeten en gedronken; zij waren zonder wapenen, en zijn grootmoeder had hem gelast hen met vrede te laten.

„Juw! zal ik mijn kleinzoon dan voor niet gesmeekt hebben

Sluiten