Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Achtervoegsels aj en ec.

A)(o) duidt concrete (tastbare) zaken aan, die de eigenschap bezitten door het grondwoord genoemd:

bela mooi belajo iets moois

rica rijk ricajo rijkdom, schat

bona goed bonajo iets goeds

amiko vriend amikajo vriendschapsdaad

A)(o) achter een werkwoord geplaatst, beteekent „iets dat ”

of „iets dat ge- wordt”. Bijv.:

kreski groeien kreskajo iets dat groeit, gewas

mangi eten mangajo iets dat gegeten wordt, voedsel

trinki drinken trinkajo drank

Ec(o) vormt abstracte woorden, die de eigenschap aanduiden van het grondwoord:

bona goed boneco goedheid

bela mooi beleco schoonheid

patro vader patreco vaderschap

frato broeder frateco broederschap

Het verschil tusschen -a/o en -eco is dus:

-ajo noemt iets dat is (iets dat goed is).

-eco noemt het zijn (het goed zijn).

Voorts maakt men van een bijvoeglijk naamwoord een zelfstandig naamwoord door enkele achtervoeging van o: sano, bono. Deze woorden beteekenen ook gezondheid, goedheid, evenals saneco en boneco. Het onderscheid is, dat de laatste de eigenschap noemen en de eerste die eigenschap als zelfstandigheid , voorstellen: Gezondheid is een groote schat. Sano estas granda trezoro.

Zijn gezondheid is twijfelachtig. Lia saneco estas duba.

Leer van buiten:

tempo tijd tago dag

momento oogenblik nokto nacht

horo uur mateno morgen

minuto minuut (ochtend)

sekundo seconde vespero avond

Sluiten