Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opmerking: Men verwarre de beteekenis van den uitgang anto niet met dien van het achtervoegsel isto. Waar isto een beroep of een ambacht te kennen geeft, duidt anto slechts een persoon aan, die een werking of handeling verricht, zonder daarvan een beroep te maken.

Vergelijk: skribisto = beroepsschrijver, klerk, skribanto = iemand die schrijft; kantisto = beroepszanger, kantanto = iemand die zingt; hakisto = (hout)hakker van beroep, hakanto — iemand die hakt.

Verder kunnen deelwoorden bijwoordelijk gebruikt worden (met uitgang e) als ze te kennen moeten geven, dat de handeling, die ze Uitdrukken, een andere handeling vergezelde, voorafging of volgde, bijv.:

La virino laboras kantante = de vrouw werkt (al) zingende (terwijl zij zingt).

Trovinte pomon, mi gin mangis = een appel gevonden hebbend, at ik hem op. (Toen ik een appel gevonden had, at ik hem op).

Skribonte mi prenis mian plumingon = zullende schrijven nam ik mijn penhouder. (Alvorens te schrijven, nam ik mijn penhouder).

Vokate, la knabo estis en la gardeno = De knaap, geroepen wordende, was in den tuin. (Toen de knaap geroepen werd, was hij in den tuin).

Vokite, la knabo tuj venis = geroepen geworden zijnde, kwam de knaap dadelijk. (Toen de knaap geroepen [geworden] was, kwam hij dadelijk).

Vokote, la knabo estis jam en la cambro = Geroepen zullende worden, was de knaap reeds in de kamer. (Toen de knaap geroepen zou worden, was hij reeds in de kamer).

Een op deze wijze bijwoordelijk gebruikt deelwoord vervangt een zoogenaamden bijzin. Heeft dus de handeling van dien bijzin plaats tegelijkertijd met de handeling van den hoofdzin, dan gebruikt men ante of ate:

De jongen huilde, toen of terwijl hij geslagen werd.

Batafe la knabo ploris.

Sluiten