Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

konduti = zich gedragen, mi kondutas = ik gedraag mij. rememori = zich herinneren, mi rememoras = ik herinner mij. rapidi = zich haasten, mi rapidas = ik haast mij. aboni = zich abonneeren, mi abonas = ik abonneer mij. honti = zich schamen, mi hontas = ik schaam mij. kompati == zich ontfermen, mi kompatas = ik ontferm mij. miri == zich verbazen, mi miras = ik verbaas mij.

Achter deze werkwoorden wordt het persoonlijk voornaamwoord niet vertaald.

2e. Werkwoorden, die een handeling uitdrukken, die men zichzelf of een ander kan doen ondergaan, bijv.:

lavi = wasschen (men kan zichzelf en een ander wasschen).

De wederkeerendheid wordt uitgedrukt door de pers. voornaamwoorden in den lijdenden vorm, dus met n, bijv.: mi lavas min = ik wasch mij. li lavas sin = hij wascht zich (vergelijk 4e les), ni lavas nin = wij wasschen ons.

3e. Werkwoorden, waarbij het onderwerp door de werking, die het werkwoord voorstelt, in een bepaalden toestand komt. In dit geval gebruikt men het achtervoegsel ig, bijv.:

zich nederzetten = sidigi (in zittenden toestand komen), zich nederleggen = ku┬žigi (in liggenden toestand komen), zich buigen = klinigi (in gebogen toestand komen).

Leer van buiten:

vesto kleedingstuk kravato halsdoek, das

vesto mouwvest, vest cemizo hemd

jako jasje maniko mouw

pantalono broek manumo manchet

gamaso slobkous kolumo boord

robo jurk, japon stof o stof (voor

jupo rok kleeding)

mantelo mantel tolo linnen

surtuto overjas tuko doek

palto overjas postuko zakdoek

strumpo kous ganto handschoen

suo schoen kufo muts, kap

Sluiten