Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ESPERANTO-EXAMEN 11 JULI 1931.

Opgave Examen A.

Ter vertaling:

.!• Koopt nooit datgene, wat gij niet noodig hebt.

2. Beschouw de zaken steeds van haar goede zijde.

3. Vijfmaal zes is dertig; drie vierden van twaalf is negen.

4. In de vijftiende eeuw ontdekte Columbus de nieuwe wereld, die later de naam ontving van Amerika.

5. De olifant is de grootste viervoeter; maar de leeuw wordt de koning der dieren genoemd.

6. Ik had juist de deur dicht gedaan, toen een zware donderslag het heele huis deed schudden.

7. Geef mij een kop koffie uit die koffiekan; ’s morgens drink ik nooit thee.

8. De banken onzer school zijn te laag en te eng voor onze cursisten.

9. In elk dorp woont een smid, een schoenmaker, een kleermaker en een timmerman; gewoonlijk vindt men er ook een molen en soms ook een bierbrouwerij.

10. Het meisje ging den winkel in en zei: „Hoeveel kost die hoed met dat blauwe lint?"

11. De winkelier antwoordde: „Die hoed kost zestien gulden; maar ik heb nog andere zulke hoeden, die wat goedkooper zijn.

12. Van de vier jaargetijden is de winter het koudst, de zomer het warmst, de lente het mooist; de herfst geeft de meeste vruchten.

13. Den laatsten winter was het niet erg koud; in 1921 hadden we een veel kouderen winter.

Toen de deugniet beloofde, dat hij beter zou oppassen, schonk de vader hem vergiffenis.

15. Kent gij de grootste diepte der zee? - Vóór eenigen tijd las ik in een krant, dat de zee bij Java een diepte heeft van 6000 meter.

Sluiten