Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Schrijf de structuurf ormule op van een verbinding tussen: zwavel en natrium (zwavelnatrium of natriumsulfide), zwavel en ijzer (II) (zwavelijzer), kwik (II) en zuurstof (kwikoxyde), kwik (II) en chloor (kwikchloride of sublimaat), koolstof en silicium (carborundum), aluminium en zuurstof (aluminiumoxyde, korund), koolstof en zwavel (zwavelkoolstof) koolstof en waterstof (methaan), chloor en zilver (chloorzilver of zilverchloride), silicium en zuurstof (kwarts, zand), koolstof en zuurstof (koolzuurgas), zwavel en waterstof (zwavelwaterstof), koper en zuurstof (koperoxyde), stikstof (III) en waterstof (ammoniak), waterstof en zuurstof (water), natrium en chloor (natriumchloride of keukenzout), waterstof en chloor (zoutzuurgas). Geef tevens de empirische formules van deze verbindingen.

11. Lees de volgende symbolen en formules aldus:

N2 betekent één molecule stikstof, bestaande uit 2 atomen; O, 02, H20, 2H20, HC1, H2, 3C12, NH3, C02, 4C02, FeS, 10H„S, NaCl, CSi.

12. Wat verstaat men onder het atoomgewicht van een element en wat onder het moleculairgewicht van een element of van een verbinding? Hoe bewijst men, dat het moleculairgewicht tweemaal de dampdichtheid is? Welke wet past men hierbij toe?

13. Veranderen de atoom- en de moleculairgewichten, wanneer men in plaats van H = 1, O = 16 neemt? Zo ja, hoe?

14. Bereken het moleculairvolume van een gasvormig lichaam voor H = 1 en ook voor O = 16.

15. 1 gram waterstof bestaat uit 6 X 1023 atomen. Hoeveel weegt 1 atoom waterstof, hoeveel 1 atoom zuurstof en hoeveel 1 atoom ijzer? Veranderen deze waarden, wanneer men in plaats van H = 1, O = 16 neemt ? Zo ja, hoe en zo neen, waarom niet?

^.16. Hoe groot is het moleculairgewicht van keukenzout en dat van fosforzuur H3P04? Hoeveel percent chloor bevat de eerste en hoeveél percent zuurstof de tweede verbinding?

*) Spreek uit: ijzer twee.

Sluiten