Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een schetstekening van de proef met magnesium. Welke van deze reacties vinden technische toepassing?

3. Wanneer koper aan de lucht wordt verhit, vormt zich een zwarte zelfstandigheid. Hoe zoudt ge nu aantonen, dat het koper zich heeft verbonden met een ander element om die nieuwe stof te vormen en hoe kunt ge aantonen welk element dit is?

4. Wat verstaat ge onder hard water? Hoe kunt ge het zacht maken?

5. Hoe kan men waterstof maken uit: a. koud water, b. stoom, c. verdund zuur?

6. Hoeveel gram magnesium heeft men nodig om a. met water, b. met zwavelzuur: 100 liter waterstof te bereiden?

7. De dampdichtheid van een mengsel van waterstof en zuurstof is 10. Wat is zijn samenstelling in volume %?

8. Wat is een hydraat? Noem enkele bekende hydraten.

9. Met welke elementen verbindt zich de waterstof gemakkelijk en onder welke omstandigheden gebeurt dit?

10. Bewijs dat de formule van water is H20.

11. Een mengsel van 15 cm3 waterstof en 10 cm3 zuurstof laat men door middel van een electrische vonk ontploffen. Welk gas blijft na bekoeling over en hoeveel ervan?

12. Wat verstaat men onder „uitschudden met aether”? Geef een voorbeeld met schetstekening.

13. Waaruit leidt men af, dat een molecule zuurstof uit een even aantal atomen bestaat?

14. Twee waterstofverbindingen van een element X bevatten resp. 7.69 gewichts-% H en 14.28 gewichts-% H. Haar dampdichtheden t.o.v. H zijn resp. 39 en 28. o. In verband met welke wet volgen hieruit haar moleculairgewichten (het gewicht van 1 atoom H als eenheid aannemend) en leid dit verband af. b. Toon aan dat de wet van Dalton (de wet der veelvouden of de wet der multipele proporties) voor deze twee verbindingen uitkomt. c. Hoe groot is, in verband met bovenstaande gegevens, het atoomgewicht van het element X?

Sluiten