Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15. Hoe kan men proefondervindelijk aantonen, dat twee volumen waterstof zich verbinden met één volume zuurstof tot twee volumen waterdamp? Welke wet wordt door deze proef bevestigd?

16. Waarom verweert gekristalliseerde soda aan de lucht en gips niet?

17. Wat verstaat men onder reductie en wat onder oxydatie? Geef voorbeelden en een manier om uit te maken of een stof een reductiemiddel (reductor) of een oxydatiemiddel (oxydator) is.

18. 100 gram zink worden gebracht in 1 liter verdund zwavelzuur. Nadat geen gasontwikkeling meer plaats heeft, blijkt 35 gram zink overgebleven te zijn. Hoeveel gram zwavelzuur was in de oplossing aanwezig? Hoeveel liter waterstof is er ontwikkeld?

19. 0.5 gram van een metaal M gaf bij het oplossen in verdund zwavelzuur 617 cm3 waterstof. Bereken het equivalentgewicht van dat metaal. Wanneer de formule van het oxyde van het metaal M203 is, wat is dan zijn atoomgewicht?

20. Wat ziet men achtereenvolgens gebeuren, als men gekristalliseerd kopersulfaat verhit en daarna aan de lucht laat afkoelen? Hoe noemt men deze reactie?

21. Noem hygroscopische’ stoffen. Welke ervan vervloeien aan de lucht en welke gebruikt men als droogmiddel?

22. Schets het toestel, waarmee ge uit rivierwater zuiver water kunt bereiden. Hoe kunt ge uitmaken of het aldus verkregen water zuiver is?

23. Beschrijf proeven waaruit blijkt, dat lucht en water eenzelfde bestanddeel bevatten. Waaruit blijkt, dat in het ene geval dit bestanddeel chemisch is gebonden en in het andere geval een mengsel vormt?

24. Verklaar grafisch waarom een oplossing een hoger kookpunt en een lager vriespunt heeft dan het oplosmiddel.

25. Wat verstaat ge onder moleculaire kookpuntsverhoging en wat onder moleculaire vriespuntverlaging of depressie? Ver-

Sluiten