Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20. Geef voorbeelden van de reducerende werking van zwaveldioxyde.

21. Hoe zou men de volgende omzettingen kunnen doen plaats grijpen: zwavel in zwaveldioxyde, dit in zwavelzuur, dit in kopersulfaat, dit in zwaveldioxyde, dit in zwavel, dit in zwavelwaterstof en dit in zwavel? Schrijf de vergelijkingen op, volgens welke de omzettingen plaats vinden. Geen technische procédé’s bespreken.

22. Hoe kan men pyrozwavelzuur bereiden uitgaande van zwavel ?

23. Welke maatregelen moet men treffen om: a. zwavelwaterstof, b. zwaveldioxyde zuiver en droog te bereiden?

24. Hoe werkt sterk zwavelzuur op gekristalliseerd kopersulfaat? Beschrijf wat men hierbij ziet gebeuren.

25. Hoe toont men aan: a. zwavelwaterstof, b. zwaveldioxyde, c. zwavelzuur?

26. Hoe werkt kaliumbisulfaat op een oplossing van natriumbisulf iet ?

27. Teeken het PT diagram van zwavel.

28. Bij 310° begint zwavelwaterstof te dissociëren in waterstof en zwavel. Waardoor kan de splitsing worden bevorderd en waardoor verminderd? Zou het gesplitste deel a. door drukvermindering, b. door menging met een indifferent gas een verandering ondergaan?

29. Bespreek het evenwicht:

2 S02 + 02 2 S03 + Q Cal.

en licht uw conclusies toe met de reactiewet van Le Chatelier.

30. Waarom wordt natriumsulfide door water gehydrolyseerd?

31. Zwaveldamp (S8) is bij een bepaalde temperatuur gedeeltelijk gedissocieerd in moleculen S2, zodat het aantal moleculen S8 zich verhoudt tot het aantal moleculen S2 als 1:2. Hoe groot is de dissociatiegraad van die damp en hoe groot is haar dampdichtheid t.o.v. zuurstof? Bij temperatuursverho-

Sluiten