Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging neemt de dampdichtheid af. Wat volgt hieruit voor het warmte-effect der ontleding en hoe luidt in zijn algemene vorm, de regel waaruit ge dit afleidt?

32. Verklaar met behulp der ionentheorie, waarom zwavelwaterstof, geleid in een zwak zure oplossing van kopersulfaat wel en in een zwak zure oplossing van ferrosulfaat geen neerslag veroorzaakt.

^ 33. y2 gram zwavel opgelost in 25 gram zwavelkoolstof geeft een kookpuntsverhoging van 0.185°. Wat is de moleculairformule van de zwavel in oplossing, wanneer de mol. kookpuntsverhoging voor zwavelkoolstof is 23.7°?

34. Hoe groot is de mol. concentratie van de zuurstof in lucht, van zwavelzuur in een *4 N zwavelzuuroplossing?

35. Wanneer treedt bij een omkeerbare reactie de stationaire evenwichtstoestand in en welke zijn de wetten, die de evenwichtstoestand beheersen?

36. Wat verstaat men onder de evenwichtsconstante van een evenwichtsreactie?

37. Waardoor mag men bij gasreacties de concentraties vervangen ?

^ 38. Wanneer is een reactie aflopend?

7. HALOGENEN.

(F = 19.00, Cl = 35.5, Br = 80, J = 127).

1. Wat is soortelijk zwaarder chloor of chloorwaterstof?

2. Op welke stellingen en op welke proeven berust de voorstelling dat de formule van chloorwaterstof HC1 is? Waarom mag die formule geen veelvoud daarvan zijn? Waarom ook niet HaClb (a en b gehele getallen) ?

3. Hoeveel weegt 1 liter chloor, wanneer v cm3 stikstof onder dezelfde omstandigheden p gram weegt?

4. Welke zijn de verschillen tussen chloorwater en chloorwaterstof ? (Tabelvorm).

Sluiten