Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

thiosulfaat. Wat ziet men achtereenvolgens gebeuren en aan welke reacties is het geziene toe te schrijven?

18. Hoe toont men aan een chloride, een bromide, een jodide?

19. Wat is het verschil tussen de inwerking van natronloog op chloor en op jodium?

20. Hoe kan men chloorwaterstof uit zijn elementen bereiden en hoe uit chloorwaterstof weer de elementen terugkrijgen?

21. Hoe bereidt men ferrichloride, hoe broom uit magnesiumbromide?

^ 22. Waarom kan men zoutzuurgas met zwavelzuur drogen en broomwaterstof niet?

23. Leid af, dat een molecuul waterstof uit een even aantal atomen bestaat.

24. Bewijs met vergelijkingen, dat men uit een kg chloorkalk evenveel chloor kan bereiden, als voor de bereiding van die kg chloorkalk nodig was. Blijft dit steeds het geval? Verklaar uw antwoord.

25. Welke reacties geschieden en wat neemt men waar, wanneer men: a. een natriumsulfietoplos3ing kookt met zwavelpoeder, filtreert, bij de ene helft van het filtraat verdund zwavelzuur voegt en bij de andere een oplossing van jodium in joodkaliumoplossing; b. chloor leidt in een ferrosulfaat-oplossing; c. joodkalium-oplossing met zwavelzuur en bruinsteen verwarmt?

26. Hoe en onder welke omstandigheden werkt chloor op kaliumhydroxyde en hoe broom op zwaveldioxyde ?

27. Vergelijk de werking van sterk zwavelzuur op: a. keukenzout met die op b. kaliumjodide. Wat mag men hieruit besluiten omtrent het reductievermogen van chloorwaterstof en van joodwaterstof ?

28. Welke scheikundige verandering heeft in jodiumdamp plaats, wanneer men de damp verhit boven 500°? Uit welke

Sluiten