Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natuurkundige bijzonderheid is op te maken, dat de bedoelde verandering plaats heeft?

29. Waarom is de reactie van broomwaterstof op kaliumhydroxyde aflopend?

30. Verklaar ionentheoretisch wat men ziet gebeuren, als men: a. sterk zoutzuur aan een sterke oplossing van keukenzout, b. sterk zwavelzuur aan sterk zoutzuur toedruppelt.

31. Men kan zilverchloride in zilverjodide omzetten door toevoeging van een kaliumjodideoplossing. Geef er de verklaring van.

32. Verklaar met behulp van de massawerking, der ionentheorie en der reactiewet van Le Chatelier waarom de omzettingen van vraag (13) aflopend zijn.

33. Wat geschiedt bij verhitting van joodwaterstofgas in een afgesloten ruimte, indien men daarna de temperatuur standvastig op dezelfde hoogte blijft houden? Heeft drukverandering (bij constante temperatuur) invloed op de toestand?

34. Leidt men broomwaterstof in een verzadigde oplossing van kaliumbromide, dan zal het zout neerslaan. Verklaar dit met de ionentheorie.

35. In elk der benen van een U-buis bevindt zich een platinaelectrode. De buis bevat een oplossing van kaliumbromide, Men laat enige tijd een electrische stroom door de vloeistof gaan. Wat neemt men waar? Als men nu in het been, waarin de positieve electrode zich bevindt, wat kaliumjodidestijfseloplossing giet en in het andere fenolftaleïneoplossing, wat zal men dan in elk der benen van de U-buis waarnemen? Verklaar de waargenomen verschijnselen.

36. Waarom sublimeert jodium? Hoe zal men het kunnen smelten?

37. Schrijf de ionenvergelijking van de reactie tussen natriumthiosulfaat en jodium op.

Sluiten