Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13. NATRIUM, KALIUM, AMMONIUM (Na = 23, K. = 39).

1. Beschrijf de bereiding van keukenzout en geef in het kort aan, waar men keukenzout gebruikt als grondstof om er andere belangrijke verbindingen uit te maken.

2. Hoe kan men uitgaande van natrium bereiden: o. natriumhydroxyde, hieruit natriumcarbonaat, hieruit natriumbicarbonaat, hieruit natriumsulfaat, hieruit natriumperoxyde?

3. Wat is in chemisch opzicht het verschil tussen natriumbicarbonaat en natriumcarbonaat?

4. Hoe zal men in een monster natriumcarbonaat het gehalte aan natriumbicarbonaat kunnen bepalen?

5. Gegeven marmer en natronloog. Hieruit natriumcarbonaat te bereiden.

6. Maak een lijst van natriumzouten, die een gas doen ontstaan a. bij toevoeging van verdund zwavelzuur, b. bij toevoeging van sterk zwavelzuur. Schrijf de vergelijkingen op en geef in het kort aan hoe ge de aard van elk zout zoudt aantonen.

7. Hoe wordt natriumhydroxyde bereid en hoe reageert het op: a. kooldioxyde, b. ammoniumchloride, c. ferrosulfaat, d. chloor?

8. Hoe kan natriumnitraat volledig worden omgezet in natriumsulfaat en hoe kan het laatste zout volledig worden omgezet in het eerste? Verklaar waarom deze twee omzettingen volledig kunnen zijn.

9. Hoe kan uit soda natriumhydroxyde worden bereid? Hoe kan gekristalliseerde soda verkregen worden uit natriumhydrocarbonaat ? Hoe kan natriumhydrocarbonaat gemaakt worden, wanneer soda, fijn zand en water de enige stoffen zijn, waarover men beschikt? (dezelfde stof mag meer dan eenmaal worden gebruikt).

10. Hoe kan men uit natriumsulfaat maken natriumchloride? Uit natriumchloride natriumnitraat? Uit natriumcarbonaat

Sluiten