Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Verklaar met behulp der ionentheorie, dat magnesiumhydroxyde oplost in een oplossing van chloorammonium. Lost het ook in een oplossing van ammoniumnitraat op?

6. Waaruit en hoe bereidt men magnesium?

7. Hoe verklaart men, dat geen neerslag van magnesiumhydroxyde ontstaat, wanneer men bij een oplossing van magnesiumchloride, die te voren met ammoniumchloride is vermengd, ammonia voegt? Waarom wordt uit een oplossing van magnesiumchloride door ammonia het magnesiumhydroxyde niet volledig neergeslagen?

8. Waarom zou men verwachten, dat zwavelammonium magnesiumhydroxyde doet neerslaan en waarom slaat het in deze groep niet neer?

9. 1.84 gram van een mengsel van calcium- en magnesiumcarbonaat wordt verhit tot constant gewicht (0.96 gram). Wat is de samenstelling van dat mengsel?

16. ZINK (Zn = 65.5).

1. Is de pH-waarde van een oplossing van ZnCl2 groter of kleiner dan die van zuiver water?

2. Hoe kan men uit zinksulfide krijgen een oplossing van zinkchloride, hoe hieruit een oplossing van natriumzinkaat, hoe hieruit een oplossing van zinksulfaat?

3. Hoe reageert op lakmoes de oplossing van zinksulfaat en hoe verklaart men die reactie met behulp van de ionentheorie?

4. Hoe werkt zwavelzuur op een oplossing, verkregen door bij een oplossing van zinksulfaat een overmaat van een oplossing van natriumhydroxyde te voegen?

5. Welk ion veroorzaakt in een oplossing van zinknitraat de zure reactie?

6. Gegeven een mengsel van zinkstof en zinkwit. Hoe zoudt ge uitmaken hoeveel percent zink het mengsel bevat?

7. Hoe kan men langs scheikundige weg zinkwit van loodwit onderscheiden?

Sluiten